Mohammad Toha

Het maken van foto’s van gebeurtenissen op straat is tijdens de revolutie erg gevaarlijk. Toch hebben we een beeld van de gebeurtenissen, niet alleen door fotografie. De 11-jarige Mohammad Toha (1937-2007) legt de gebeurtenissen in zijn belegerde en bezette Yogyakarta vast in kleine waterverfwerken.

Mohammad Toha

Mohammad Toha is 11 jaar oud als de Nederlanders op 19 december 1948 zijn stad Yogyakarta aanvallen. De jonge, talentvolle tekenaar krijgt dan al een jaar lang samen met vier andere jongens les van de Sociaal-realistische schilder Dullah.

Documentaire schilders

Ze leren hoe ze snel schetsen kunnen maken in aquarelverf, zonder dat ze betrapt worden. Dullahs plan is om de tieners als documentaire schilders de situatie in de stad te laten vastleggen. De jongens werken ook als sigarettenventers en kunnen zo onopgemerkt over straat gaan.

Start van de bezetting

Op 19 december 1948 ziet Mohammad Toha hoe tijdens zonsopgang een squadron Nederlandse bommenwerpers zijn stad nadert. Dit luidt het begin in van de Nederlandse bezetting van Yogyakarta, waar de Republikeinse regering zetelt en waar Toha woont.

Erg gevaarlijk

Het werk dat Toha doet is erg gevaarlijk. Sarjito, een van de andere vier jongens, is overleden in Tangerang, een gevangenis voor kinderen. Ook Sri Suwarno raakt vermist en keert nooit meer terug.

Huiszoeking

Toha’s vader wordt gearresteerd. Vervolgens komen de Nederlandse soldaten naar zijn huis om de broer van Toha te zoeken. Ook deze intimiderende gebeurtenis legt Toha vast in waterverf. Hij beeldt zichzelf af zittend in de linkerhoek van de kamer.

Yogyakarta

Toha schildert niet alleen de acties van de Nederlandse militairen. Op 1 maart 1949 herovert het Indonesische leger Yogyakarta kortstondig op de Nederlanders. Ook daarvan maakt hij een aquarel. De Nederlanders nemen het gebied daarna snel weer in.