**For both the present centre section (SK-A-2320-A) and the wings (SK-A-2320-B and C)**
…; sale, Pieter Willemsz Calkoen (1712-1780), Amsterdam (P. van der Schley et al.), 10 September 1781, no. 75 (‘In Naavolging van Gerard Douw. Nr. 75. Hoog 32, breed 27½ duim [82.2 x 70.7 cm.] Eene bevallige Dame, zittende voor een overkleede Tafel in een ryk gemeubeleerde Binnekamer, zy, naar den ouden tyd en mode in een geel Satynen Rok met Zilver Doorwerkt, en een Jakje van Purper Fluweel met Hermelyne randen gekleed, is bezig om een Kind, dat zy uit de Wieg die naast haar staat, heeft genoomen, de borst te geeven. In ’t verschiet, ziet men een Chirurgyns Winkel, daar eene Operatie aan een Boer gedaan wordt, een Vrouw agter hem staande schynt bedroefd; ter regter zyde van de meester staat zyn Knegt aandagtig, op ’t geen ’er verrigt word te letten. […] Het is voorzien van twee van elkander openstaande deuren, welker binnezyde verbeeld een School by het Kaarslicht: op de eene deur is een Meester bezig zyne Leerlingen in het reekenen te onderwyzen; en op de andere ziet men een Pennesnyder verbeeld. Het Stuk waarvan het bovenstaande eene uitmuntende naavolging is, berustte weleer in het beroemde Cabinet van wylen den Heer _Gerrit Braamcamp_, en wierd daar uit voor haare Rus Keizerlyke Majesteit op den 31 July 1771, voor de Somma van f 14100- gekogt. Dog is, nevens nog eenige andere Schilderstukken, door ’t stranden van ’t Schip, waar in dezelve geladen waaren, in de Finsche scheeren verongelukt’), fl. 960, to W. van der Vuurst;{Copy RKD. C. Bille, _De tempel der kunst of het kabinet van den heer Braamcamp_, II, Amsterdam 1961, p. 95.}…; collection Pieter van Winter (1745-1807), Amsterdam;{Six Archives, Amsterdam, V-F-II V 2, _Tauxatie van het kabinet schilderyen nagelaten door wylen den weledlen heer P. van Winter Nsz._, 31 January 1815; see R. Priem, ‘The “Most Excellent Collection” of Lucretia Johanna van Winter: The Years 1809-22, with a Catalogue of the Works Purchased’, _Simiolus_ 25 (1997), pp. 103-235, esp. p. 219, nos. 48-49. J. Smith, _A Catalogue Raisonné of the Works of the Most Eminent Dutch, Flemish and French Painters_, IX, London 1842, pp. 9-10, nos. 28-30, states that the painting was in the Six Collection.} his daughter, Lucretia Johanna van Winter (1785-1845), Amsterdam;{Six Archives, Amsterdam, VIII-F-3 I D, _Verdeeling schilderyen tusschen Lucr.a Joh.a v.Winter en haar zuster A L A. van Winter 20 Dec. 1815 getr. met Willem van Loon_, fl. 275; see R. Priem, ‘The “Most Excellent Collection” of Lucretia Johanna van Winter: The Years 1809-22, with a Catalogue of the Works Purchased’, _Simiolus_ 25 (1997), pp. 103-235, esp. pp. 124, 224, no. 16.} her husband, Jonkheer Hendrik Six (1790-1847), Lord of Hillegom, Amsterdam; his sons, Jonkheer Jan Pieter Six (1824-1899), Lord of Hillegom, and Jonkheer Pieter Hendrik Six (1827-1905), Lord of Vromade; from whose heirs, with 38 other paintings, fl. 751,400, to the museum, with the support of the Vereniging Rembrandt, 1908{Provenance reconstructed in R. Priem, ‘The “Most Excellent Collection” of Lucretia Johanna van Winter: The Years 1809-22, with a Catalogue of the Works Purchased’, _Simiolus_ 25 (1997), pp. 103-235, esp. p. 219, nos. 48, 49.}