00:00:02 Reinier Baarsen: Nou, het was een tijd lang het bekendste kunstwerk in de zeventiende eeuw zelf. Het is een zilveren kan die gemaakt is in 1614 door Adam van Vianen. Hij was de beroemdste zilversmid van Nederland.
00:00:15 Janine Abbring: En omschrijf hem eens, de kan. Hoe ziet hij er uit?
00:00:17 Reinier Baarsen: Ja, dat is natuurlijk heel moeilijk. Want dat is nou juist het bijzondere er aan, dat je het niet kan beschrijven. Als je ernaar kijkt, lijkt hij voor je ogen te veranderen.
00:00:29 Janine Abbring: Een zilveren kan die niet te beschrijven is en voor je ogen verandert. Een kan die één van de bekendste kunstwerken uit de zeventiende eeuw is. Een kan waarvan je waarschijnlijk nog nooit heb gehoord, of laat ik het zo zeggen: een kan waar ik nog nooit van heb gehoord. Ik ben Janine Abbring, interviewer en journalist. Samen met Reinier Baarsen ga ik op zoek naar het verhaal achter dit curieuze kunstwerk. Reinier is conservator bij het Rijksmuseum en stelde een tentoonstelling samen over de zeventiende eeuwse kwabstijl. Een stijl die je het best kan omschrijven als: Dutch design in de eeuw van Rembrandt. In deze tentoonstelling is de hoofdrol weggelegd voor dit curieuze kannetje van ongeveer 20 centimeter hoog, en dat is niet voor niets. Deze kan veroorzaakte namelijk een kleine revolutie in Nederland en daarbuiten. Maar waarom in hemelsnaam?
00:01:21 Janine Abbring: Dit is In het Rijks, de podcast van het Rijksmuseum, waarin we bijzondere verhalen vertellen over kunstwerken en hun makers. Hoe meer je weet, hoe meer je ziet.
00:01:30 Janine Abbring: Ik heb het Reinier toch gevraagd: geef een omschrijving van de kan die niet te beschrijven is.
00:01:39 Reinier Baarsen: Ja, we noemen het een kan, het heeft een voet, het heeft een oor, het heeft een soort van lichaam waarin je water of wijn of iets zou kunnen schenken, en het heeft ook een deksel. De voet is, ja, is dat water? Als je hem omdraait zie je maskers verschijnen. Ja, dat aapje is nog wel een beetje herkenbaar, maar die poten van het aapje, die verdwijnen weer in die sliertige vormen. Die kolken weg in de vorm, die een beetje op een schelp lijkt, maar waar monsters in herkenbaar zijn. Dat monster lijkt een soort neus te hebben en daar doorheen komt...
00:02:15 Janine Abbring: De kan is een buitengewoon fantasievol object en, zoals Reinier het zegt, gemaakt uit de geest van de kunstenaar, en dat is voor die tijd best bijzonder.
00:02:23 Reinier Baarsen: Kunst die niet iets voorstelt, kunst die niet iets afbeeldt wat je kunt zien, maar kunst die uit de geest komt, uit de verbeelding, die puur bedacht is door de kunstenaar die het maakt, de abstracte kunst van de zeventiende eeuw. Er is geen eind aan fantasie te bedenken en belangrijk is dat alles in beweging lijkt, vloeiend in beweging, mysterieus.
00:02:50 Janine Abbring: Het is een beetje als geklopte slagroom, is een beetje waar ik het lobbige...
00:02:51 Reinier Baarsen: Kwab beschrijft alleen maar een onderdeel van hoe het eruitziet. Het is een beetje kwabbig, het is alsof je een kwab hebt van een dikke buik, vette kwab.
00:03:01 Janine Abbring: Je wijst naar je buik.
00:03:02 Reinier Baarsen: Nou ja, precies. Daar herken je allemaal in dat men inderdaad naar onderdelen van menselijke lichamen of menselijke skeletten is gaan kijken. Maar het is niet de essentie van kwab. Dat is het gekke, om over iets te praten waar geen woord voor is. Het is niet de essentie van deze kunst.
00:03:28 Janine Abbring: De curieuze kan is het voorbeeld van kwab, het kunstwerk dat deze totaal nieuwe stroming definieert. Om goed te begrijpen wat de betekenis is van deze kan, doen we eerst een paar stappen terug in de tijd. De kan is gemaakt door zilversmid Adam van Vianen, maar dit verhaal begint ergens anders, namelijk bij de broer van Adam, Paulus van Vianen uit Utrecht.
00:03:51 Reinier Baarsen: Het is echt zo'n wonderlijk verhaal dat als je erover praat, kun je alleen maar in een soort superlatieven praten. Adam van Vianen had een broer, Paulus van Vianen. Zij waren twee zilversmeden, werden opgeleid in Utrecht. Paulus was blijkbaar zo ambitieus dat die al heel snel dacht: ik vind Nederland te klein en die is gereisd naar Florence, naar München. Daar heeft hij een tijd gewerkt, toen naar Saltzburg. Dus hij wou bij de grootste opdrachtgevers van Europa terechtkomen en dat is gelukt. Hij is gaan werken in Praag voor de keizer, Rudolf II, die de belangrijkste opdrachtgever voor kunst was op dat moment. Er waren grote beroemde vorstenhoven in Europa: de Medici in Florence, de keizer in Praag. Zoals nu, als je in Appelscha geboren wordt en je wilt modeontwerper worden, dan ga je naar Parijs of je gaat naar Milaan.
00:04:45 Janine Abbring: Maar was Amsterdam niet... Wat Milaan nu is voor de modewereld was Amsterdam dat niet voor de zilversmeden?
00:04:50 Reinier Baarsen: Nee. Dat is het wel geworden voor een deel. Maar kijk, die Paulus van Vianen zit aan het eind van de zestiende, begin van de zeventiende eeuw. Dan is Nederland nog heel erg in in opkomst. De Republiek is net ontstaan.
00:05:00 Janine Abbring: Dus hij wilde uitbundiger, hij wilde chiquer...
00:05:03 Reinier Baarsen: Ik heb hem nooit aan de telefoon gehad, dus ik kan het niet... We kunnen het alleen maar afleiden uit wat er gebeurt, maar hij is blijkbaar zo ambitieus, hij is op zoek naar de grootste uitdaging. Hij trekt Europa in op zoek naar een milieu, naar een wereld waar mensen om hem heen werken die hem, ja, waar die in geïnteresseerd is.
00:05:22 Janine Abbring: In die tijd regeerde keizer Rudolf IIover het immense Habsburgse Rijk. Dat besloeg zo'n beetje half Europa. Zijn burcht stond in Praag en van daaruit overzag hij zijn rijk.
00:05:32 Reinier Baarsen: En daar waren ongelooflijk veel hoogwaardigheidsbekleders en ambassadeurs en alles wat je maar kan bedenken zaten daar omheen.
00:05:41 Janine Abbring: In die burcht, of bij die burcht?
00:05:43 Reinier Baarsen: In die burcht, en bij die burcht, echt de hele kant van Praag. Dat hof was het belangrijkste centrum van het land, waar alle grote opdrachten, waar alle politieke macht, alles gecentreerd was. Dus iedereen die iets wilde betekenen, bewoog zich in de richting van dat hof.
00:06:01 Janine Abbring: En waarom was het dan voor een zilversmid als Paulus ook een interessante plek? Was dat puur geldmotivatie? Of...
00:06:07 Reinier Baarsen: Rudolf II was de interessantste en meest veeleisende en met de grootste smaak opdrachtgever van Europa op dat moment.
00:06:16 Janine Abbring: Het hof van Rudolf II had een enorme aantrekkingskracht op kunstenaars. Het was een plek van innovatie waar alles samenkwam, the place to be. Misschien wel vergelijkbaar met het Silicon Valley van nu. Als je wilde weten wat er speelde in de wereld en onderdeel wilde zijn van belangrijke ontwikkelingen, dan ging je naar het hof.
00:06:35 Reinier Baarsen: Als je de nieuwste dingen, de laatste mode, de manier waarop mensen zich gedroegen, de manier waarop je hoorde te eten, als je alle ontwikkeling van de beschaving wilde meemaken, moest je proberen aan het hof te komen. Daar gebeurde het en je kon niet even met je telefoontje een fotootje maken en dat opsturen. Dingen waar je niet was, die kende je ook echt niet. Ja, als je wilt weten wat er gebeurde, dan moest je op de één of andere manier proberen daartoe op een bepaalde manier door te dringen.
00:07:02 Janine Abbring: Want daar gebeurde het.
00:07:03 Reinier Baarsen: Daar gebeurde het.
00:07:03 Janine Abbring: Daar wilde Paulus zijn.
00:07:04 Reinier Baarsen: Daar wilde Paulus zijn. Rudolf II had een heel groot aantal kunstenaars in dienst. Hij verbond een heel groot aantal kunstenaars aan zijn hof, onder andere edelsmeden, hij was het meest geïnteresseerd van alle kunsten in de edelsmeedkunst. Hij was zelf edelsmid of tenminste heeft zichzelf bekwaamd in de kunst van het edelsmeden, dat deden vorsten in die tijd.
00:07:28 Janine Abbring: En daar, tussen de creme de la crème van 's werelds kunstenaars en wetenschappers verwierf Paulus van Vianen een toppositie. Dezilversmid uit Utrecht werd benoemd tot hoofd Kammergoldschmied, de belangrijkste rang die aan het hof een zilversmid kon hebben. De keizer zag hem als een genie en hij ontving een ongewoon hoog salaris. Paulus kreeg een sterrenstatus.
00:07:49 Reinier Baarsen: Hij kon twee dingen ongelooflijk goed. Hij maakte voorstellingen in zilver. Zou maar zeggen als een schilderij met mensen en dergelijke, maar dan in zilver. Dat doet hij dus met reliëf, want in zilver kun je niet met kleur werken, maar heb je alleen maar de mogelijkheid hoog en laag. En er is niemand anders voor hem of na hem ooit geweest die zo mooi, zo knap de indruk kan wekken van een voorstelling, van een schilderij, van atmosfeer, van luchten die verdwijnen, van lichamen van wat je maar wilt in zilver. Hij was dus een kunstenaar die een voorstelling in zilver kon drijven - dat is de technische term - met hamertjes sla je uit een plaat langzamerhand het reliëf omhoog en dan aan de bovenkant detailleer je het met allerlei hele kleine instrumenten, ponsjes. En niemand anders heeft hem daar ooit in geëvenaard.
00:08:46 Janine Abbring: Aan het hof kon Paulus excelleren en werd hij niet geremd door strenge en veeleisende opdrachtgevers. Niets stond zijn creativiteit en ambitie in de weg.
00:08:55 Reinier Baarsen: Vanaf Michelangelo bewondert men het genie en het bizarre in de kunstenaar. De kunst van Michelangelo werd omschreven als bizar en het bizarre werd heel erg hoog gewaardeerd. Dus in zo'n ja, hothouse atmosfeer van zo'n hof, daar is men natuurlijk juist heel erg gespitst op vernieuwing, heel erg gespitst op: wat kunnen we nog verbeteren? Wat kunnen we nog spannender maken in de kunst? Ook denkt een opdrachtgever, een keizer, dan zo dat mijn hof het leidende hof is, zodat ik de leidende opdrachtgever ben, want dat is een...
00:09:32 Janine Abbring: Dus trendsettend en niet trendvolgend.
00:09:34 Reinier Baarsen: Ja, dat is een taak van een vorst om de kunsten in zijn rijk tot bloei te brengen. Dus hij wilt stimuleren dat een kunstenaar zichzelf overtreft, verder gaat dan hij zelf voor mogelijk had gehouden. Dat is natuurlijk ook waarom zo'n Paulus van Vianen Nederland toch te burgerlijk vond. Hij wilde naar iemand die hem uitdaagde op het hoogste, spannendste niveau.
00:10:01 Janine Abbring: Maar ondertussen, in Utrecht, honderden kilometer verderop, werkte de broer van Paulus ook als zilversmid. Adam van Vianen, een Nederlandse zilversmid in de zeventiende eeuw, maakte normaalgesproken werk in opdracht van vermogende particulieren. Schalen, bekers zoutvaatjes; een groot contrast met de hippe kunstenaars in Praag. Maar dat gold niet voor Adam. In het nuchtere Nederland zocht ook hij net als zijn broer, het experiment. Hij werkte in dezelfde lobbige vervloeiende kwabstijl als zijn broer, en dat is opmerkelijk. Hoe wisten die twee nou van elkaar wat ze aan het doen waren? Moderne communicatiemiddelen waren er immers niet.
00:10:41 Reinier Baarsen: Dat is zo'n ongelofelijk, wonderlijk fenomeen dat ze, terwijl ze in hele andere werelden werkten, allebei die, je zou nu zeggen sterrenstatus bereikten. Ze moeten contact met elkaar hebben gehouden. In 1610 komt Paulus vanuit Praag naar Utrecht. Is in Utrecht op bezoek bij zijn broer, dus dan hebben ze natuurlijk uitgewisseld waar ze mee bezig zijn. En Paulus was toen de grotere vernieuwer Daarna moet die uitwisseling door zijn gegaan. Misschien dat Paulus tekeningen heeft opgestuurd, maar het was niet gemakkelijk om over dat soort dingen met elkaar te communiceren. Wat onbegrijpelijk is, is dat Paulus in 1613 in Praag doodgaat, heeft nooit in Nederland gewerkt, en in de stad waar hij geboren was en waar zijn broer nog steeds werkt, worden dan de klokken van de Domtoren urenlang geluid ter herinnering aan de overleden Paulus van Vianen.
00:11:37 Janine Abbring: Het luiden van de klokken was een eer die normaal alleen aan koningen was voorbehouden. Blijkbaar had de sterrenstatus van Paulus in Praag ook Utrecht bereikt, maar daarna gebeurt er nog iets veel gekkers.
00:11:48 Reinier Baarsen: Dan zegt dus 't gilde in Amsterdam, die niks moet hebben van Utrecht, laat staan van iemand die in Praag kwam, dat is de vijand, die zeggen: ''De grootste Nederlandse zilversmid is gestorven en daar moeten wij een monument voor hebben.''
00:12:05 Janine Abbring: Op zich klinkt het mij heel logisch in de oren, dat het grootste gilde dan de grootste zilversmid ook wil eren op die manier, maar jij zegt dat dat heel bijzonder is.
00:12:13 Reinier Baarsen: Dat is tegen alles in waar het gilde voor staat. Want het gilde staat voor uitsluiting. Normaalgesproken, als een zilversmid een stuk zilver wilt laten maken, dan is er maar één mogelijkheid: dan gaan ze naar een lid van hun eigen gilde, want daar is dat hele gilde op gebaseerd, daar, daar is het hen om te doen. Wat doet het Amsterdamse zilversmidsgilde? Die gaan naar de broer van Paulus van Vianen, die in Utrecht werkt, concurrent, en zeggen: ''Jij moet voor ons iets maken om jouw broer te herinneren.'' Daar is geen tweede voorbeeld van bekend dat er zoiets gebeurt in de geschiedenis van de edelsmeedkunst in Europa. Het is nooit gebeurd dat een gilde in Amsterdam, maar dat zou dus Parijs kunnen zijn of waar dan ook, zegt: iemand die helemaal niet uit Amsterdam komt en ook niet in Amsterdam heeft gewerkt, maar die is overleden, daar willen wij een monument voor oprichten.
00:13:10 Janine Abbring: Adam krijgt van het Amsterdamse gilde de vrije hand. Hij wil de bijzondere stijl van zijn broer op een voetstuk plaatsen en maakt een zilveren kan in precies diezelfde lobbige kwabstijl. En die kan, die zilveren kwabkan krijgt misschien nog wel een grotere sterrenstatus dan Paulus ooit heeft gehad.
00:13:29 Reinier Baarsen: Paulus van Vianen, die experimenteert met wat we dan nu kwab noemen, maar hij gaat nooit zo ver als Adam van Vianen in deze kan. Bij Paulus kun je altijd nog zeggen: kijk, daar is een voorstelling en daar begint het kwab. Deze hele kan is kwab. Je kan niet zeggen: oké heeft eerste de voet gemaakt en toen heeft hij er kwab op aangebracht. Dat hele object is gemaakt uit een substantie die hij heeft bedacht. Nou ja, en daar hebben wij nu dat woord kwab voor bedacht.
00:13:58 Janine Abbring: Adam's creatie blijkt ook nog eens een technisch ongeëvenaard hoogstandje.
00:14:02 Reinier Baarsen: Dat is ook ongelooflijke bijzonder. Dat heeft hij uit één plaat zilver opgetrokken. Dus de ongelooflijke bewondering voor dat technische feit...
00:14:11 Janine Abbring: Hoe zou je dat normaal als minder technisch begaafde zilversmid doen? Meerdere platen, of...?
00:14:16 Reinier Baarsen: Meerdere stukken die je aan elkaar soldeert en bijvoorbeeld zo'n vrouwenlichaam dat kun je apart gieten, dat kun je vanaf een model afgieten en dat moet je dan ook weer met naden solderen. Dat lijkt een puur technische aangelegenheid maar het is onwaarschijnlijk moeilijk om vanuit een plaat, ga je langzamerhand ophameren. Eerst wals je hem uit en dan heel langzamerhand moet je daar vanuit die vorm weten te beiken.
00:14:44 Janine Abbring: Denk jij dat hij al wel van tevoren dit plaatje dan in zijn hoofd had? Of is zo'n kwabvoorwerp dan meer iets wat gaandeweg ontstaat?
00:14:53 Reinier Baarsen: Hij moet exact hebben geweten wat hij deed, anders kun je zoiets niet maken. Hoe dat precies gedaan is, weten we weinig van. Er zijn...
00:15:03 Janine Abbring: Zou een zilversmid anno 2018 dit zo kunnen namaken?
00:15:07 Reinier Baarsen: Het is nog nooit gelukt, niemand kan het namaken.
00:15:09 Janine Abbring: Dat meen je?
00:15:12 Reinier Baarsen: Mensen zijn gek geworden. Ik geloof dat mensen in koolzuurdampen gestorven zijn in een poging om dit na te maken, maar het is nog nooit iemand gelukt.
00:15:22 Janine Abbring: Het Amsterdamse gilde was trots op het resultaat. Met de kan claimden ze hun positie als het allerbelangrijkste zilversmidsgilde van Europa. Iedereen wilde de kan zien. Zelfs de grote Rembrandt had een fascinatie voor de curieuze kwabstijl waarin het voorwerp was gemaakt.
00:15:39 Reinier Baarsen: Het gilde had ook andere schat, die had een hele belangrijke drinkhoorn die ze gebruikten bij feestelijke maaltijden en er was een gildekamer op de Oude Waag, op de Dam en daar zal dat ding te zien zijn geweest. Want hoe kon anders een jaar later Pieter Lastman, wie een beroemde schilder was, de leermeester van Rembrandt, die kan afbeelden?
00:16:01 Janine Abbring: Dat dook op allerlei schilderijen?
00:16:03 Reinier Baarsen: Ja. En dat gebeurde met geen enkel ander object. Blijkbaar kon je hem komen bekijken. We weten niet of er misschien ook al heel vroeg gipsafgietsels van hebben gecirculeerd, je kan natuurlijk van zoiets een afgietsel maken in gips. Bijvoorbeeld in 1656 heeft Rembrandt nog afgietsels van zilveren stukken, van Paulus en Adam van Vianen in zijn bezit.
00:16:24 Janine Abbring: Dus het feit dat die kan zo vaak werd vastgelegd, illustreert...
00:16:28 Reinier Baarsen: Geeft aan hoe gefascineerd men daardoor was en hoe men dat als een wonder bewonderde. Men moet dat als een geniale inventie hebben gezien, als een geniaal kunstwerk. Dat is direct herkend, dat het dat was. Er zijn natuurlijk een heleboel mooie dingen gemaakt, maar die instant beroemdheid heeft, voor zover wij dat kunnen aflezen aan wat er aan schilderijen is gemaakt, nooit een ander object bereikt. Er is nooit een andere, het kunstwerk gemaakt, niet alleen in Nederland in de zeventiende eeuw, maar überhaupt, dat meteen zo'n uitzonderlijke sterrenstatus heeft gekregen.
00:17:12 Janine Abbring: Dus de maker had een sterrenstatus en het kunstwerk zelf kreeg het ook?
00:17:16 Reinier Baarsen: Ja. Hij was klaar in 1614. Hij moet als een bom zijn ingeslagen en al in 1615 worden de eerste schilderijen geschilderd, bijvoorbeeld van de kruisiging van Christus of van een scène uit de antieke mythologie. Dus allemaal dingen over werelden die heel ver van ons afliggen, en daarin wordt die kan heel prominent afgebeeld. Dus schilders moeten vanaf de eerste minuut dat die kan er was totaal verbluft zijn geweest over dat geniale kunstwerk. En moeten ook meteen hebben gedacht: dit is buiten onze wereld, dit is dit zoiets ongelooflijks ziet is zoiets unieks.
00:17:57 Janine Abbring: Dit moet ik vastleggen.
00:17:59 Reinier Baarsen: Niet alleen dat, maar het hoort niet in onze eigen wereld. Dus juist als je iets uit de oude Bijbel... De kruisiging van Christus, dan moet je natuurlijk een wereld voorstellen die je niet kunt bedenken.
00:18:10 Janine Abbring: En aan hoeveel schilderijen moet ik dan denken?
00:18:13 Reinier Baarsen: Nou, we kennen er nu een kleine honderd, maar daar is natuurlijk maar een fractie over van wat er aan schilderijen gemaakt is, dus dat weten we niet. We kunnen niet echt beoordelen hoeveel schilderijen er zijn geweest waarop die kan is afgebeeld.
00:18:27 Janine Abbring: Maar het staat vast dat die inderdaad door zoveel kunstenaars als inspiratiebron werd gezien.
00:18:32 Reinier Baarsen: Nee, daarom is het echt het bekendste kunstwerk. Men is het ook niet gaan variëren. Je ziet letterlijk iedere keer weer een portret echt van die kan in een schilderij van een totaal andere wereld of een totaal andere voorstelling.
00:18:46 Janine Abbring: Dus niet een stilleven met nog een appeltje en een pruimpje en een kannetje maar in totaal andere setting?
00:18:52 Reinier Baarsen: Een antiekoffer of nou ja, zoals ik zeg, de kruisiging van Christus of een oudtestamentische scène, of ga zo maar door.
00:19:06 Janine Abbring: Dat is altijd eigendom gebleven van het Amsterdamse zilversmidgilde. Maar aan het einde van de Franse tijd, zo rond 1800, werden de gildes opgeheven. Wat gebeurde er toen met de kan?
00:19:17 Reinier Baarsen: We weten niet wat er toen met die kan is gebeurd, maar hij zal verkocht zijn. Ik denk dat William Beckford hem heeft gekocht, maar dat weten we niet. Dat was toen de grootste verzamelaar van Europa en die was heel geïnteresseerd in wat we kwabzilver noemen. Die heeft een aantal andere kwabmeesterwerken gekocht. Ja, het lijkt mij waarschijnlijk dat hij deze ook heeft gekocht.
00:19:37 Janine Abbring: Hoeveel is hij waard eigenlijk? Ik heb nog helemaal geen tussen kunst en kitsch vraag durven stellen.
00:19:42 Reinier Baarsen: Ja, hoeveel is het de Nachtwacht waard? Er zijn maar heel weinig stukken van hem nog beschikbaar. Maar er is een mooie kan van Adam van Vianen kortgeleden geveild en die heeft het Metropolitan museum in New York gekocht voor vijf miljoen. Maar...
00:19:56 Janine Abbring: Deze is van onschatbare waarde.
00:19:57 Reinier Baarsen: Ja, van onschatbare waarde.
00:19:59 Janine Abbring: Hoe hij nou in het Rijksmuseum terechtgekomen?
00:20:01 Reinier Baarsen: Ja, dat is ongelooflijk. We hebben hem in 1976 gekocht. Dat vind ik ook zo'n ongelooflijk verhaal. Toen is hij op de veiling gekomen. Er was dus een Schotse familie die hem lang in bezit heeft gehad en die hadden hem altijd in bruikleen in het Nationaal Museum in Schotland. En die hebben hem geveild. En toen was [onhoorbaar, 20:20] net begonnen in Nederland en die hadden in Laren, hielden ze toen hun veiling. En daar was deze kan te koop. Ik denk toch dat het na de Tweede Wereldoorlog het belangrijkste object is dat teruggekocht is voor Nederland.
00:20:31 Janine Abbring: En hoe ging het verder met de maker? Adam van Vianen overleed in 1627. En klonken de klokken van de Dom ook bij zijn dood, net als bij zijn broer Paulus?
00:20:41 Reinier Baarsen: Dat neem ik zeker aan.
00:20:43 Janine Abbring: Was hij inmiddels net zo'n grote ster als zijn broer?
00:20:44 Reinier Baarsen: Ja, hij was echt een grote ster.
00:20:46 Janine Abbring: En toen moest dus dat Amsterdamse zilversmidsgilde, wat zichzelf nu een beetje beschouwde als 't gilde van de Republiek, op zoek naar een nieuwe ster aan het firmament.
00:20:55 Reinier Baarsen: Ja, je weet van al die dingen natuurlijk niet hoe het gebeurd is, maar ze hebben een schilderij laten maken, 1627, in het jaar van de dood van Adam van Vianen, waarvan we aannemen dat dat ook nog weer ter herinnering aan hem is gebeurd. Maar dat hebben dus ook de Amsterdammers gedaan, het Amsterdamse gilde. En daar zie je Adam op met die kan en zijn zoon met het deksel en iemand anders nog met een zoutvat van Adam van Vianen... Dus inderdaad, dat kwab, dat was wel iets waardoor überhaupt de edelsmeden enorm in status waren gestegen. Ze waren dus niet meer alleen een handwerksman of iemand die prachtig, zelfs ook heel knap een zilveren voorwerp kon maken, maar het waren echt uitvinders geworden, de uitvinders van een nieuwe kunstvorm. En daar waren ze zeker nog niet mee klaar.
00:21:48 Janine Abbring: Deze zoektocht duurde niet lang. Het Amsterdamse gilde vond binnen zijn gelederen een andere virtuoze zilversmid die in de voetsporen kon treden van de legendarische Adam van Vianen. Een zilversmid die zich ook nog eens mocht wagen aan één van de meest prestigieuze opdrachten van die tijd, op één van de belangrijkste plekken van Europa op dat moment: de Nieuwe Kerk van Amsterdam. Hoe dat verliep hoor je in de volgende aflevering van deze podcast.
