Aan de slag met de collectie:
Stadsgezicht van Utrecht (tweede deel)
Jan Hendriksz. Verstraelen (vermeld op object), 1625
Tweede deel van een stadsgezicht van Utrecht.
- Soort kunstwerkprent
- ObjectnummerRP-P-AO-5-57-2
- Afmetingenplaatrand: hoogte 400 mm x breedte 537 mm
- Fysieke kenmerkenets en gravure
Identificatie
Titel(s)
- Stadsgezicht van Utrecht (tweede deel)
- Utrecht (titel op object)
Objecttype
Objectnummer
RP-P-AO-5-57-2
Beschrijving
Tweede deel van een stadsgezicht van Utrecht.
Opschriften / Merken
blindstempel, recto onder, gepreegd: ‘Archief Ministerie van Oorlog Afdeeling Genie’
Catalogusreferentie
- Hollstein Dutch 2-2(2)
- Aantal staten bekend 4(4)
Vervaardiging
Vervaardiging
- prentmaker: Jan Hendriksz. Verstraelen (vermeld op object), Utrecht (stad)
- naar ontwerp van Joost Cornelisz. Droochsloot (vermeld op object), Utrecht (stad)
- uitgever: Clement de Jonghe, Amsterdam
- uitgever: weduwe Clement de Jonghe, Amsterdam
- verlener van privilege: Staten-Generaal van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden [verworpen toeschrijving]
- opgedragen door: Hendrik Jansz. Verstraelen, Utrecht (stad) [verworpen toeschrijving]
- opgedragen aan: Stadsbestuur Utrecht, Utrecht (stad) [verworpen toeschrijving]
Datering
- 1625
- 1662 - 1679
Zoek verder op
Materiaal en techniek
Fysieke kenmerken
ets en gravure
Afmetingen
plaatrand: hoogte 400 mm x breedte 537 mm
Toelichting
In Hollstein worden slechts twee staten genoemd: de huidige (uitgegeven door Clement de Jonghe of zijn weduwe) en een eerdere staat, uitgegeven door François van den Hoeye. De prent werd echter al in 1625 uitgegeven door Hendrik Jansz. Verstaelen (vader van prentmaker Jan Hendriksz. Verstaelen). Hij kreeg in dat jaar voor vier jaar privilege van de Staten-Generaal voor het uitgeven van de prent. In 1634 verkreeg hij opnieuw een privilege, deze keer voor zeven jaar. Het privilege uit 1634 aan Verstaelen staat zowel op de uitgave van Van den Hoeye als van De Jonghe nog vermeld. Dit betekent dat er twee eerdere staten van Verstaelen moeten zijn geweest: een uit 1625 (zonder vermelding van het privilege uit 1634) en een uit 1634 (met vermelding van het bijhorende privilege). De platen zijn vervolgens dus in handen van François van den Hoeye terechtgekomen. Clement de Jonghe kocht de platen in 1662 over van François' zoon Rombout. Daarmee is de staat van De Jonghe of zijn weduwe dus de vierde en niet de tweede staat. Voor meer informatie zie documentatie en de catalogus van Het Utrechts Archief, onder catalogusnummer 27510.
Dit werk gaat over
Persoon
Onderwerp
Plaats
Verwerving en rechten
Copyright
Documentatie
Gerelateerde objecten
Onderdeel van
Duurzaam webadres
Als u naar dit object wilt verwijzen, gebruik dan de duurzame URL:
Vragen?
Ziet u een fout? Of heeft u extra informatie over dit object? Laat het ons weten!