Mars

atelier van Artus Quellinus (I), ca. 1652 - ca. 1664

De god staat frontaal, het hoofd iets naar rechts gekeerd, in volle wapenrusting met even gespreide benen op een vooruitstekend grondje voor een omlijste vlakke achtergrond. De rechterhand steunt op een strijdbijl, waarvan de steel achter hem op de grond rust, aan de linkerarm een langwerpig, achtzijdig schild. Hij is gekleed in pseudo Romeins kostuum, namelijk een helm, waarop een draak, een soort maliënkolder met gelobde rand en afhangende 'leren' panden, waaronder een korte rok zichtbaar is; verder beenbedekking en hoge sandalen, bovenaan afgezet met de huid van een klein dier. Over de borst is een driedelige band gegespt, bestaande uit drie met schelpen versierde riemen en enige afhangende riemen met hartvormige aanhangsels. Van de schouder hangt een riem, waarvan het zwaard op de linkerheup is bevestigd. Een wijde mantel is voor de borst en over de schouder gedrapeerd en hangt van de rug af tot op de grond; een deel van de mantel wordt met de rechterhand, die om de bijl grijpt, opgehouden. Achter hem langs loopt de wolf naar rechts, een vogel vliegt op naar links.

  • Soort kunstwerkbeeldhouwwerk, model
  • ObjectnummerBK-AM-51-17
  • Afmetingenhoogte 59 cm x breedte 31,5 cm x dikte 12,3 cm x gewicht (eigenschap) 18 kg
  • Fysieke kenmerkenterracotta

Identificatie

  • Titel(s)

    Mars

  • Objecttype

  • Objectnummer

    BK-AM-51-17

  • Beschrijving

    De god staat frontaal, het hoofd iets naar rechts gekeerd, in volle wapenrusting met even gespreide benen op een vooruitstekend grondje voor een omlijste vlakke achtergrond. De rechterhand steunt op een strijdbijl, waarvan de steel achter hem op de grond rust, aan de linkerarm een langwerpig, achtzijdig schild. Hij is gekleed in pseudo Romeins kostuum, namelijk een helm, waarop een draak, een soort maliënkolder met gelobde rand en afhangende 'leren' panden, waaronder een korte rok zichtbaar is; verder beenbedekking en hoge sandalen, bovenaan afgezet met de huid van een klein dier. Over de borst is een driedelige band gegespt, bestaande uit drie met schelpen versierde riemen en enige afhangende riemen met hartvormige aanhangsels. Van de schouder hangt een riem, waarvan het zwaard op de linkerheup is bevestigd. Een wijde mantel is voor de borst en over de schouder gedrapeerd en hangt van de rug af tot op de grond; een deel van de mantel wordt met de rechterhand, die om de bijl grijpt, opgehouden. Achter hem langs loopt de wolf naar rechts, een vogel vliegt op naar links.

  • Opschriften / Merken

    inscriptie, op de achterzijde van de lijst, in blauw krijt: ‘3’

  • Onderdeel van catalogus


Vervaardiging

  • Vervaardiging

    beeldhouwer: atelier van Artus Quellinus (I), Amsterdam

  • Datering

    ca. 1652 - ca. 1664

  • Zoek verder op


Materiaal en techniek

  • Fysieke kenmerken

    terracotta

  • Afmetingen

    hoogte 59 cm x breedte 31,5 cm x dikte 12,3 cm x gewicht (eigenschap) 18 kg


Verwerving en rechten

  • Credit line

    Bruikleen van de gemeente Amsterdam

  • Copyright

  • Herkomst

    …;{The marble Mars is cited in a list of works for which Quellinus was paid on 27 March 1654, see Stadsarchief Amsterdam (hereafter: SAA), archive 5039 (Thesaurie Ordinaris), inv. no. 624, no. 13 (_het belt van Mars - 600_ [gulden])(the statue of Mars - 600 [guilders]); see also cat. Amsterdam 1995, no. 104. Precisely when and for what purpose the present reduced replica of the model was made cannot be said with certainty, in any event no later than 1664, the year in which Quellinus’s studio was closed.} from the artist,{K. Fremantle, ‘The Fountains Designed for Van Campen’s Amsterdam Town Hall and Quellien’s Models for Them’, _Album discipulorum aangeboden aan J.G. van Gelder ter gelegenheid van zijn 60ste verjaardag_ (_Utrechtse Kunsthistorische Studiën_ 7), Utrecht 1963, pp. 101-18, esp. p. 104 (note 15): _dewijl zijn werk lootse nu affgebroken wordt dat haer Edele_ [burgemeesters] _sullen laten affhalen de modellen vande beelden die hij ten behoeve dezer Stede gemaeckt heeft_ (while his workshop is being closed, that her Noble [burgomasters] shall have the models of the sculptures that he made on behalf of this City collected). See also H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., _In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum_, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. p. 62 (referring to A.W. Kroon, _Het Amsterdamsche stadhuis (thans Paleis), 1625-1700: Zijne geschiedenis naar onuitgegeven officiële bronnen bewerkt_, Amsterdam 1867, p. 138).} transferred to the Town Hall (now Royal Palace) at Dam Square, Amsterdam, 1664;{H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., _In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum_, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. pp. 62-64. The models were initially kept in the Thesaurie Ordinaris (Treasury) of the town hall. Around 1700, most were moved to the art cabinet in the _kunstkamer_ (art chamber) on the third floor, see _Wegwyzer door Amsterdam_, Amsterdam (Nicolaas ten Hoorn) 1713, p. 446. From 1768 on, the task of overseeing the models’ preservation was assigned to the Stadstekenacademie (City Drawing Academy), also located in the aforementioned _kunstkamer_. In 1769, academy director Cornelis Ploos van Amstel compiled an inventory of all sculptures in the art chamber. This inventory also included Quellinus’s models, see SAA, archive H. 86.003 (Library), Cornelis Ploos van Amstel, _Notitie van Boetseersels en Pleisterbeelden enz bewaard wordende op de kunstkamer van het stadhuijs der stad Amsterdam_ (January 1769). From November 1796 to April 1806, the Stadstekenacademie was obliged to (temporarily) vacate the town hall art chamber on the orders of the French occupier. During this period, it is not known where the models were stored, though presumably they remained in the town hall, albeit without oversight. In April 1806, the models were moved to the _rariteitenkamer_ (curiosity chamber), also called the Diplomatieke Bibliotheek (Diplomatic Library).} transferred to the Stadstekenacademie (at two or three successive locations), Amsterdam, 1808;{The collection was moved in 1808, when Louis Napoleon took up residence in the town hall. H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., _In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum_, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. pp. 67-68. See also SAA, archive 265 (Stadstekenacademie), inv. nos. 1-4 and 6-54.} transferred to the Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (old Exchange of Hendrick de Keyser), Amsterdam, 1821;{H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., _In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum_, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. p. 70, referring to SAA, archive 265 (Stadstekenacademie), inv. no. 4 (minutes of 1818-1821).} transferred to the Oude Mannenhuis, Amsterdam 1837;{H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., _In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum_, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. pp. 70-71. See also SAA, archive PA 681 (Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten), inv. no. 7.} transferred to the Town Hall at the Prinsenhof, Amsterdam, 1878;{H.J. Wiggers, ‘De stad Amsterdam en haar vroegste beeldencollectie’, in M. Jonker et al., _In beeld gebracht: Beeldhouwkunst uit de collectie van het Amsterdams Historisch Museum_, coll. cat. Amsterdam 1995, pp. 60-75, esp. p. 72. See also SAA, archive H. 86.003 (Library).} on loan to the museum, since 1887{See SAA, archive H. 86.002 (Library).}


Documentatie


Duurzaam webadres