Judith Leyster
Ze was pas 18 jaar toen een Haarlemse dichter een lofdicht zong op Judith Leyster, een van de meest getalenteerde navolgers van Frans Hals. Hoewel ze helaas slechts zo'n twintig schilderijen heeft nagelaten, is ze de beroemdste vrouwelijke kunstenaar van de Gouden Eeuw.




De vrolijke drinker, Judith Leyster, 1629 (detail)
De vrolijke drinker, Judith Leyster, 1629; De serenade, Judith Leyster, 1629












De vroege Brabantsson, uit het tulpenboek van het Frans Hals Museum, Judith Leyster, 1643
01
Herontdekking
Na haar dood raakte Leyster in vergetelheid, om pas tegen het eind van de negentiende eeuw te worden herontdekt toen haar opvallende monogram - JL met daaruit een naar rechts schietende ster - werd ontdekt op Een luitspeler en op vijf andere schilderijen.
02
Het verhaal achter haar achternaam
Haar vader had in 1601 een huis gekocht in Haarlem en noemde dit De Leystar (de leidster, de komeet). Later nam hij deze naam aan als zijn achternaam.
03
Vroegste gedateerde werken
Leysters vroegste gesigneerde schilderijen, De vrolijke drinker en De serenade, dateren beide uit 1629 en maken deel uit van de collectie van het Rijksmuseum.
04
Meer Leysters?
Sinds haar herontdekking hebben kenners een aantal werken waarvan eerder werd aangenomen dat ze van Frans Hals waren, aan haar toegeschreven, onder meer deze kopie van zijn beroemde Luitspeler uit het Louvre. De toeschrijving aan Leyster kan niet met zekerheid worden bevestigd.
05
Een enkele muzikant
Het genre van een enkele muzikant die vanaf het middel wordt afgebeeld, vond zijn oorsprong in de noordelijke Nederlanden, te weten in Utrecht waar de navolgers van de Italiaanse schilder Caravaggio werkzaam waren. Gerard van Honthorsts Een vrolijke vioolspeler uit 1623 is hier een voorbeeld van.
06
Opmerkelijk perspectief en licht
Twee dingen die Leysters De serenade zo opvallend maken, zijn het licht vanuit een verborgen lichtbron en het gedurfde perspectief. We kijken van onderaf naar de muzikant, alsof ook wij omhoogkijken naar de geliefde aan wie hij zijn serenade brengt.
07
Concurreren met Hals
Schilderijen als De vrolijke drinker, ook bekend als Pekelharing, waren een rechtstreekse uitdaging in de richting van Frans Hals, die gespecialiseerd was in het uitbeelden van komische figuren in buitenissige, kleurrijke kostuums.
08
Geschil met Hals
In 1633 werd Leyster lid van het Haarlemse schildersgilde. Twee jaar later was ze verwikkeld in een geschil met Frans Hals vanwege een leerling, Willem Woutersz, die haar atelier na slechts enkele dagen had verlaten om zich aan te sluiten bij dat van Hals. Leyster ontving slechts een gedeeltelijke compensatie en kreeg bovendien een boete opgelegd omdat ze de leerling niet bij het gilde had aangemeld.
09
Huwelijk
In 1636 trouwde Leyster, 26 jaar oud, met haar even oude collega-kunstenaar Jan Miense Molenaer. Het stel woonde in Amsterdam, Heemstede en Haarlem, en had ten minste vijf kinderen, van wie slechts twee de kinderjaren overleefden.
10
Een enkele tulp
Het enige werk van na haar huwelijk dat met absolute zekerheid aan Leyster kan worden toegeschreven is een tekening van een tulp uit 1643. Haar echtgenoot bleef daarentegen vrijwel tot het einde van zijn leven actief als schilder.